Heerenweg 15

In 1939 vroeg timmerman Albert Boverhof vergunning bij de gemeente voor het bouwen van een woonhuis met smederij voor Jan de Boer, in opdracht van Hendrik Eissen. Dit gebeurde vroeger vrij veel dat iemand als geldbelegging, iets bouwde voor een ander. Ook werd vaak
een geldlening verstrekt aan een familielid of goede kennis, tegen een bepaalde rentevergoeding.
Jan de Boer, waarvoor de smederij werd gebouwd, was geboren in 1908 in De Wijk en begon als smidsknecht bij Gerrit Luten op Halfweg.
Daarna kwam hij bij smederij Huisman in Koekange terecht en wat later in dezelfde plaats bij smederij Kuiper. Ook heeft hij nog gewerkt als smidsknecht bij Marten de Vries in Wapserveen. Na zijn huwelijk in 1928 met Aaltje(Ale) Klosse van ’t Schot, kon hij aan de slag bij smederij Schoenmaker in Nieuwleusen, waar de twee oudste dochters Anna en Geesje geboren zijn.
In 1930 werd Jan de Boer zelfstandig, hij vroeg bij de gemeente vergunning om aan de Heerenweg 20 (hoek Poeleweg/Heerenweg), een grof – en hoefsmederij te mogen beginnen.
Daarnaast werden er ook fietsen gerepareerd. In 1937 kreeg hij de beschikking over een electrisch aangedreven slijpsteen en boormachine. Jan en Ale hebben 9 jaar in dat pand gewoond, waar de kinderen Roelof en Jantje geboren zijn. Eigenaar van het pand was Jan Talen , die zelf in een boerderij in ’t Vledder (Poeleweg) woonde.
In 1939 werd zoals eerder gemeld een nieuw pand voor hun gebouwd aan Heerenweg 15
D
aar werd ook begonnen met de verkoop van nieuwe kachels en reperaties daaraan. Nieuwe kachels en onderdelen betrok hij bij de firma’s van Dijk en van Mulligen en van Wijk in Meppel.
Begin jaren zestig werd de voorkamer ingericht als winkel, waar Ale potten, pannen, glas en aardewerk en later ook speelgoed verkocht. Het gezin de Boer was inmiddels uitgebreid met nog 4 kinderen, Aaltje, de tweeling Jan en Corrie en Jacob. Zijn vrouw is in 1967 overleden.
Met de smederij is Jan in 1968 gestopt. Hij was toen al vanaf 1959 controleur/monteur bij de zuiveringsinstallatie in IJhorst, voor de gemeente Staphorst, in 1973 is hij daarmee gestopt.
Hij is toen ook uit dat pand vertrokken en heeft een paar jaar bij zijn schoonmoeder en zwager op het Schot gewoond en daarna vier jaar in een zomerhuisje aan de Heuvellaan. In 1975 is hij aan de Kamperfoeliestraat komen wonen, samen met Dina Kuik.

Jan de Boer had naast zijn werk nog verschillende andere bezigheden, zo was hij Blokhoofd van de B.B.(Bescherming Burgerbevolking) van omstreeks 1955 tot 1965. Bij de vrijwillige brandweer was hij commandant van 1941 tot 1971 en natuurlijk als je bij de brandweer was, was je ook lid van de kaartclub ,,Alles is troef ”. Je zou kunnen zeggen dat hij daar het gezelligste lid van was, vooral tijdens 2 dagen uit in Giethoorn. Uiteraard gingen de dames dan ook mee, die ’s winters ook kaartten, maar dan op een andere plek als de heren. De heren hebben van 1950 tot 1985 in de wintermaanden elke zaterdagavond gekaart. Men bostoneerde en het bedrag dat men won deed men in een pot, van het bedrag uit de pot gingen ze dus ’s zomers een paar dagen gezellig uit. Achteraf is gebleken dat de pot steeds gevuld werd door één persoon, de enigste die altijd verloor.
Ook heeft Jan vanaf de oprichtingsvergadering op 31 juli 1939 tot 1949 in het bestuur van de Oranjevereniging gezeten. Het was in die tijd dat er een geboorte werd aangekondigd van een prinses van Oranje, het bestuur kwam bij elkaar om te overleggen wat voor activiteiten zij zouden kunnen organiseren ter ere daarvan. Maar tijdens dat overleg hadden zij alvast een borreltje op de geboorte van de jonge Oranje-telg gedronken en het bleef niet bij één.
Na lang vergaderen kwam men tot het besluit, dat ze toch zeker eerst de vlag met de Nederlandse driekleur boven op de uitkijktoren moesten plaatsen. Maar dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan, nadat men het glaasje al een paar keer geheven had. Met veel moeite is dat toch gelukt en toen men eindelijk weer heelhuids aan de voet van de toren stond, keken de heren triomfantelijk naar boven, maar tot hun grote teleurstelling hadden ze de vlag op de kop gehangen. Of zou het geweest kunnen zijn dat ze het niet goed meer hebben kunnen zien!